opiniebijdrage: De bestuurlijke valkuil van adoptieherstel: organiseren is niet hetzelfde als herstellen
- 1 uur geleden
- Durga Saraya
- 15
De bestuurlijke valkuil van adoptieherstel: organiseren is niet hetzelfde als herstellen
Door: Durga Saraya, onderzoeker archief en adoptie
Er gebeurt al enige tijd iets opmerkelijks in het Nederlandse landschap van archief en adoptie.
Toen de overheid erkende dat zowel de buitenlandse geadopteerden en nu recent ook de binnenlandse geadopteerden, afstandsouders en oorspronkelijke families structureel tekort zijn gedaan, volgde wederom een herkenbare bestuurlijke reflex: er kwamen nieuwe onderzoeken, nieuwe samenwerkingen, nieuwe overlegstructuren en nieuwe vormen van organisatie rondom excuses en herstel. Dat gebeurde zowel rond binnenlandse afstand en adoptie als rond interlandelijke adoptie. Er werden allerlei initiatieven en miljoenen subsidies ingesteld om inzicht en herstel te krijgen in het adoptieverleden en ook om lessen te trekken voor de toekomst. Dat is begrijpelijk. Een maatschappelijk vraagstuk van deze omvang vraagt om kennis, beleid en samenwerking. Onderzoek en organisatie zijn noodzakelijk om recht te doen aan wat er is gebeurd.
Maar juist daarin schuilt een risico dat onvoldoende wordt besproken, namelijk de organisatie van herstel kan het herstel zelf gaan vervangen.
Wie bewaakt dat de structuren die nu zo zoetjes aan rondom herstel worden en zijn gebouwd, daadwerkelijk blijven bijdragen aan de mensen voor wie zij bedoeld zijn?
Dat is een vraag die ik als onderzoeker archief en adoptie steeds nadrukkelijker zie terugkomen.
Want de oorspronkelijke maatschappelijke opdracht is in de kern heus eenvoudig. Mensen die door adoptie van hun familie zijn gescheiden, moeten toegang tot elkaar kunnen krijgen, tot elkaars geschiedenis, hun documenten en uiteindelijk tot elkaar. Dat is het doel! Alles wat daaromheen wordt georganiseerd, archiefwetten, AVG-wetgeving, onderzoek, kenniscentra, commissies en samenwerkingen, subsidies, moet daaraan bijdragen. Niet andersom.
Toch dreigt de aandacht zo zoetjes aan steeds vaker te verschuiven van mensen naar systemen, van toegang naar procedures, van herstel naar governance.
Daar ontstaat een paradox. Hoe meer structuren we bouwen rond adoptieherstel, hoe groter het risico dat mensen verder verwijderd raken van het daadwerkelijke herstel waar zij op wachten.
Het dossier achter het dossier
Een adoptiedossier is geen administratief bestand.
Een geboorteakte is niet slechts een document.
Een afstandsverklaring is niet alleen een juridisch stuk.
Achter ieder document bevindt zich een menselijk verhaal, een identiteit, een familiegeschiedenis en vaak een zoektocht die jarenlang heeft geduurd en soms nog altijd voortduurt.
Daar komt bij dat veel adoptiedocumenten zijn opgesteld door derden: door instanties, professionals en overheden die gebeurtenissen en beslissingen hebben vastgelegd over mensen die zelf vaak nauwelijks invloed hadden op de inhoud van die dossiers. En waarmee wel hun scheiding tot stand is gekomen. Juist daarom zijn adoptiearchieven van grote betekenis. Zij bevatten niet alleen informatie, maar ook de context waarbinnen en door wie de levensbepalende keuzes zijn gemaakt.
Archieven met betrekking tot de totstandkoming van de adoptie, bewaren daarom niet alleen maar een setje documenten. Zij bewaren constructen, beschrijven waar mogelijk relaties tussen mensen, gebeurtenissen en daarmee herinneringen. De maatschappelijke waarde van archieven zit niet alleen in het bewaren van administratieve informatie, maar vooral in wat die informatie mogelijk maakt: waarheid, context en wanneer mensen daarvoor kiezen hereniging. Toegang tot archieven is daarmee geen technische uitvoeringskwestie. Het raakt aan fundamentele vragen over identiteit en herstel.
Toegang vraagt om transparantie. Toch zien betrokkenen nog vaak vooral de buitenkant van het archiefsysteem: persberichten, Kamerbrieven, samenvattingen en handreikingen. We creëren document na document over adoptieherstel. Maar de toegang tot de oorspronkelijke documenten waarop herstel uiteindelijk moet bouwen, blijft voor betrokkenen nog altijd een probleem. Minder zichtbaar zijn ook nog eens de documenten die laten zien hoe de huidige archief keuzes tot stand kwamen: notulen, conceptstukken, gemaakte afwegingen, onderliggende informatie en afspraken. Juist in een dossier waarin toegang tot adoptiearchieven centraal staat, blijft de totstandkoming van keuzes over die archieven zelf vaak anno 2026 ook nog eens moeilijk toegankelijk. Dat is een bestuurlijke paradox die veel meer aandacht verdient.
Een overheid, een archiefwetenschap, kan moeilijk geloofwaardig meebepalen en spreken over herstel van toegang tot het verleden wanneer de besluitvorming over die toegang voor betrokkenen onvoldoende inzichtelijk is.
Deskundigheid als kracht en risico
Ook binnen de wetenschap ontstaat een vergelijkbare spanning.
Wetenschappelijk onderzoek is noodzakelijk. Onderzoekers en deskundigen kunnen belangrijke bijdragen leveren aan begrip, analyse en oplossingen.
Maar wetenschap is een middel, geen eindpunt.
Er ontstaat een risico wanneer vooral institutionele legitimiteit bepaalt welke en wiens kennis gezag krijgt, welke vragen worden gesteld en wie wanneer aan welke tafel zit.
Dan dreigt opnieuw dezelfde dynamiek als hoe de adopties tot stand kwamen, waar zojuist excuses voor zijn aangeboden: de ervaringen van geadopteerden en hun families zijn niet langer het vertrekpunt, maar verworden onderdeel van een systeem dat vanuit bestaande kaders (anno 2026 in dit geval) naar oplossingen zoekt.
Dat is geen verwijt aan individuele wetenschappers of organisaties. Het is een algemeen risico van instituties an sich. Iedere organisatie kijkt vanuit het startpunt van zijn eigen methoden, verantwoordelijkheden en expertise.
Maar herstel rond adoptie en archieven vraagt om meerdere vormen van starterskennis.
Archiefwetenschap, rechtswetenschap, geschiedenis, psychologie, bestuurskunde én de ervaringen van betrokkenen moeten elkaar aanvullen. Geen enkele vorm van kennis mag de andere vervangen.
De eenvoudige toets
Misschien moeten we daarom een eenvoudigere vraag stellen.
Niet: Hoeveel westerse wetenschappelijke onderzoeken zijn gestart?
Hoeveel overlegstructuren zijn ingericht?
Hoeveel westers hoogopgeleide kennisgroepen zijn opgericht?
Hoeveel Europese/NL publieke middelen zijn beschikbaar gesteld?
Maar:
Brengen deze inspanningen mensen daadwerkelijk dichter bij hun geschiedenis, hun documenten en hun familie?
Kan een geadopteerde vandaag sneller het eigen dossier inzien dan vijf jaar geleden?
Kan een afstandsouder, ook elders in de wereld, eenvoudiger informatie vinden over het kind van wie zij afscheid moesten nemen?
Worden Nederlandse/internationale adoptie archieven daadwerkelijk toegankelijker? Waar blijkt dat uit.
Welke documenten precies worden nu wel veiliggesteld in plaats van dat zij verdwijnen? (Zie het inspectierapport vernietiging adoptiedossiers)
Worden families alleen op westerse wijze ondersteund wanneer zij voor hereniging kiezen? (interlandelijke adoptie)
Dat zijn de vragen waarop herstelbeleid beoordeeld zou moeten worden.
Niet op de hoeveelheid activiteiten die rondom een maatschappelijk probleem ontstaan, maar op de mate waarin het probleem voor mensen daadwerkelijk kleiner wordt.
Terug naar de bedoeling
Herstel vraagt daarom niet om minder beleid, minder onderzoek of minder organisatie.
Bij archief en adoptie vraagt het om een andere volgorde. Omdat de archiefvormer niet altijd juist heeft gehandeld in de totstandkoming van de scheiding van ouders en kinderen. Daarvoor kwamen immers de excuses.Begin daarom bij adoptieherstel als overheid zijnde na de excuses dus niet bij de vraag welke structuur nodig is, met de blik van 2026, maar begin puur bij de vraag welke belemmering iemand ervaart die zijn of haar geschiedenis probeert terug te vinden. Pas daarna volgt de organisatie die ook per individu nodig is om die toegang mogelijk te maken.
Daar ligt ook een bestuurlijke verantwoordelijkheid: niet alleen herstel organiseren, maar voortdurend blijven toetsen of de betrokken of bevraagde organisatie nog in dienst staat van dat herstel.
Archieven zijn een middel.
Wetenschap is een middel.
Wetgeving is een middel.
Kenniscentra zijn een middel.
Het doel blijft hetzelfde: mensen toegang geven tot hun waarheid, hun geschiedenis en wanneer zij daarvoor kiezen tot elkaar.
Publieke organisaties worden uiteindelijk niet beoordeeld op de hoeveelheid correcte wettelijke structuren die zij hebben gebouwd, maar op de vraag of mensen daadwerkelijk geholpen zijn.
De belangrijkste toets voor adoptieherstel is daarom niet hoeveel goeds er rondom herstel is georganiseerd, maar of een mens dat zijn of haar verleden probeert terug te vinden daadwerkelijk verder komt.
Want herstel begint niet bij het bouwen van steeds maar weer nieuwe systemen. Herstel begint bij de mens voor wie die systemen bedoeld zijn.
Recent in het nieuws over archief en adoptie, o.a.
'Privacy blijft het probleem bij inzage in afstandsdossiers. ‘We moeten rekening houden met belangen van alle betrokkenen’
https://www.rijksoverheid.nl/
https://www.cbs.nl/nl-nl/
https://organisaties.overheid.